Daar staan we dan, een dikke tien meter onder het zwierigste en dubbelzinnige kuuroord van Letland waar men modderpakkingen en massages op het menu staan. Voor ons ligt wat tot zo’n tien jaar geleden nog dé geheime bunker van het Rode leger was. De metalen deur met een bakelieten telefoon ernaast, verlicht door kil TL-licht, zwiept opvallend soepel open. In de koude hal erachter hangt pas het echte speelgoed: twee enorme dikke stalen deuren met twee grote grendels.
Aan een grauwgroene betonnen muur hangen twee grijze gordijnen, alsof er een raam met panorama van het natuurgebied waar we in zijn achter schuil gaat. Onze gids, een oudere vrouw die zo overgeheveld lijkt vanuit het Russische tijdperk met haar korte, geblondeerde haren en zwart mantelpakje, schuift de gordijnen open en pakt de aanwijsstok. Een kaart met maarliefst negenentachtig kleine hokjes geeft opheldering over dit ondergrondse labyrint.
Maar al voordat we de hoek om zijn, wordt het licht uitgeknipt. ‘Een groep studenten doet mee aan een speurtocht in het donker.’ Als mijnwerkers duiken er twee jongens uit het donker op: een donkere overal, gele helm met een schijnwerper erop. ‘Waar is Lenin?’, vraagt de jongen met de fotocamera. Alsof de grote leider hier onder de grond nog steeds zijn vuige plannetjes aan maken is.
Abba en Boney M
Het zou té cliché zijn als de communistische kopstukken zichzelf zouden indoctrineren met idealistische muziek in hun feestkamer. En inderdaad, ze wisten wel beter. Naast de platenspeler, ingeklemd tussen wat rode vlaggen, liggen de lp’s. Een paar gezellige Russische meezingers van onder andere Valeri Leontiev, maar vooral is de verzameling vinyl afkomstig uit de kapitalistische wereld. Niemand minder dan Boney M en Abba galmden door dit ondergrondse hol. (…)
Deze reportage is te koop.