Het spookt al eeuwen in de bergen van Calabrië in Zuid-Italië. Gewelddadige Grieken die zonder pardon het gebied binnen donderden, vernietigende aardbevingen, modderstromen en wekenlange regenbuien. Het resultaat is een mysterieus nationaal park waar Grieks de voertaal is en waar een handvol spookdorpen zich verschuilen in de bergen.
Een bewogen geschiedenis
Vanaf het Middeleeuws ezelspad waar we over wandelen, zien we zo’n zeshonderd meter lager de fiumara di Amendolea kronkelen door het berglandschap. “In 1971 heeft het twee weken non-stop geregend. Modderstromen met rotsen, bomen en huizen, echt alles denderde hier naar beneden,” vertelt Antonio, onze gids. Als een kleine jongen zag hij hoe de Amendolea-vallei zich opvulde met grijs gesteente, zodat een unieke, stenen rivier van vijfenveertig kilometer ontstond.
Vandaag lopen we naar Roghudi, een macabere spookstad die ergens beneden in de gevaarlijke vallei weggestopt is. Het pad er naartoe is amper gemarkeerd en overwoekerd met bloeiende struiken en oude olijfbomen. Zo nu en dan lopen we over een eeuwenoude handelsroute, dan weer door het hoge gras en even later slaat de gids met zijn bijl een weg door het stekelige struikgewas. Wat dat betreft is de toegangsweg naar Roghudi precies zoals je die zou verwachten van een verlaten stad.
Bergen vol honing
Voor Antonio is het lopen door de bossen van Calabrië als het lopen door de supermarkt. Met een zakmes tovert hij de ruige, droge steel van een distel om tot een frisgroene, sappige stengel die smaakt naar selderij. En wanneer we op weg naar beneden door een veld met gele bloemen lopen, roept hij ineens “Miele!”. Uit een plateau op de steel van de bloem trekt hij de gele bloemen. “Uitzuigen, ze zijn zo zoet als honing!”. (…)
Binnenkort in Op Pad