Dwars door Java

Door: Daan Vermeer
Gepubliceerd in: Azië Magazine (november 2008)


Indonesië telt 17.508 eilanden, op slechts twee daarvan rijdt een trein. Die op Java rijdt in vierentwintig uur langs metropolen, groene rijstvelden en actieve vulkanen.

Aan het eind van de middag staan we samen met veel andere bezwete passagiers, koffers en dozen te wachten op het perron op de Buma. Dit is het begin van een reis die begint in één van de grootste metropolen ter wereld, en via eeuwenoude Borobudur-tempel, enorme winkelcentra, felgroene rijstvelden en machtige vulkanen, eindigt in de toegangspoort van Bali. Tussendoor moet je af en toe wel even uitstappen voor de oude steden, tempels en bergen.


Indonesische huisdieren

Klokslag vier uur komt de lange trein op Jakarta-Gambir binnenkruipen. Een hele luxe trein, want de stoelen zijn zacht, er is een TV en bovenal: airco. Van de verkeer- en smogoverheersende hoofdstad gaat de trein, via sloppenwijken met krotten en sterk vervuilde rivieren, naar hoger gelegen Bandung. Eigenlijk is het moeilijk te zeggen wanneer Jakarta ophoudt en andere steden beginnen tijdens het eerste anderhalf uur van de treinreis. Mensen om ons heen vergapen zich aan de Indonesische muziekclips die op een Tv-scherm voorin de coupé voorbij komen.

Het valt ons op dat we nauwlettend in de gaten worden gehouden door een wat oudere man aan de andere kant van het gangpad. Uit nieuwsgierigheid spreekt hij ons uiteindelijk aan. De standaard treinvragen zoals “Waar komen jullie vandaan?” en “Waar gaan jullie heen?” zijn de vragen die op ons afgevuurd worden.

Wanneer we hem vragen waar hij naar op weg is, antwoord hij in redelijk Engels dat hij naar huis gaat - naar Surabaya. Een hele rit volgens hem, maar zijn vrouw en zijn “vriend” wachten op hem. We begrijpen niet helemaal wat hij daarmee bedoelt, waarop hij zijn telefoon uit zijn broekzak haalt en een foto laat zien van een koe. Het vijf jaar oude best wordt binnenkort verkocht. Nee, niet aan een slachthuis, maar aan een nieuwe baas. Kan hij zelf weer met een jong kalf beginnen.

Bandung
Na ongeveer drie uur langs rijstvelden en bergen gereden te hebben, stopt de trein in een stad die tot halverwege vorige eeuw nog een Nederlandse burgemeester had. Bandung ligt een flink stuk in de hoogte waardoor het er niet zo moordend heet wordt als in de hoofdstad.

Wat Batavia op het eerste gezicht lijkt te missen, heeft deze stad in overvloed: groene parken, historische gebouwen uit de Nederlandse tijd en straten vol met factory outlets. De winkelcentra en straten puilen uit van de kledingwinkels. Vooral in de jeansstraat, waar overproducties voor schijntjes worden verkocht, is het een gekkenhuis.

Zeg maar Yogya
Wanneer de trein weer verder rijdt, zien we in de verte de nog net de Tangkuban Perahu ten noorden van de stad, een vulkaan die een kwart eeuw geleden nog is uitgebarsten. De schemering slaat om in duisternis, en de conducteur schuift volgens het boekje de gordijntjes dicht. Door de duisternis buiten krijgen nog maar weinig mee van het landschap, de trein stopt ook niet meer. We krijgen een kussentje en dekentje en proberen wat te slapen. De komende uren rijden we door tot aan Yogyakarta - Yogya voor locals.

Op de perrons wordt er flink handel gedreven als we rond één uur ’s nachts uitstappen. De stad herbergt heeft een oud paleis dat samen met honderden woningen veilig opgesloten zit achter dikke muren. Ook heeft het een gerestaureerd ondergronds waterpaleis, wat doet dekken aan een badhuis.

Net buiten de stad staat de Borobudur, naar zeggen het grootste Boeddhistische bouwwerk ter wereld. Vanaf daar leidt een ruige en sprookjesachtige weg naar het Dieng-plateau, een mistig bergdorpje in een oude vulkaankrater met kokende modderbaden, oude Hindoeïstische tempels en een sulfietmeer.

Voetbal als wereldtaal
Vanuit Yogya pakken we de trein naar Surabaya. Wederom aan het eind van de middag, maar een klasse lager. Als de trein binnenkomt op het station, worden er houten trapjes naast de treinstellen gezet om in te kunnen stappen, er is geen perron. Een verkoelend windje blaast door de open ramen zo de Bisnis in. Hier wordt opvallend meer gepraat dan in de Eksukutif-klasse, en met alle dozen en koffers die her en der staan heerst er een gezellige chaos.

Een brede jongen legt zijn sporttas in het bagagerek en gaat naast ons zitten. Hij vertelt vol trots dat hij de wedstrijd vandaag gewonnen heeft. Sinds zijn zesde speelt hij voetbal, en uiteindelijk is het hem gelukt om in het betaald voetbal te spelen, een lang gekoesterde droom. “Uit Nederland? Van Niste-roi, Ven Bas-ten, Pet-lik Klui-vut, …” Ook in Indonesië is voetbal volkssport nummer één vertelt hij. Van de internationale wedstrijden op de TV tot de kinderen in sloppenwijken die de dag doorkomen met een bal op een klein grasveldje. “Als je voetbalt, hoeft je niet te denken aan de armoede. En voetbal is een ‘taal’ die iedereen ter wereld verstaat.” vertelt hij. En inderdaad, ook hier kun je overal jongeren zien voetballen. Met verscheurde kleren, op blote voeten, met een bal en plezier.

De trein is inmiddels een uur verder en we rijden langzaam langs de eerste huizen van Solo. Hoewel Jakarta ogenschijnlijk afgeladen was met auto’s, wolkenkrabbers en stijlvolle sushibars, is buiten de grote steden goed te zien dat de andere helft van de bevolking ver van deze luxe af leeft. De voetballer vertelt dat meer dan de helft van de Indonesiërs moet het doen met minder dan één dollar per dag.

Curry met kopi
Na een korte stop rijden we even later weer door uitgestrekte rijstvelden. De Merpati-vulkaan bij Yogyakarta is inmiddels ingeruild voor de inactieve maar imponerende Wilis-vulkaan ten zuiden van Madiun. Vanaf hier rijdt de trein de bergen uit en komen we in een nog groener landschap.

Bij Madiun stopt de trein weer, verkopers lopen schreeuwend langs de openstaande treinramen met fruit en bananenbladeren gevuld met eten. De voetballer staat op en komt later terug met een nog grotere lach en gevulde bananenbladeren. Hij heeft voor ons en zichzelf eten gekocht: rijst met een locale kip-curry. Terwijl de stoom nog van de rijst af komt, doet hij voor hoe we alle ingrediënten door elkaar moeten mixen: de uitjes, het sausje en de rijst.

Brand! Deze curry scoort buitengewoon hoog op de scherpheidsindex. Gered door een vrouw die net met flesjes gekoeld water en schepijs langs ons raam loopt. De voetballer moet er natuurlijk hard om lachen. Als dessert kopen we kopi susu van een man die door het gangpad loopt met een thermoskan. Voor veertien cent krijgen we dampende oploskoffie, suiker en melk standaard inclusief, in een plastic bekertje.

Surabaya
De ritmische schommelingen van de treinwagon doen veel mensen in slaap vallen, we moeten er zelf ook aan geloven. Tegen negen uur stoot de voetballer ons aan. “Station Surabaya Gubeng komt eraan, hier moet ik eruit.” De kleine hutjes in de rijstvelden zijn nu betonnen gebouwen met neonreclame geworden. De trein mindert vaart en de jongen pakt zijn tas. “Ik wil jullie graag nog iets geven” zegt hij, en ritst zijn sporttas open. Daaruit pakt hij zijn voetbaltenue; een geel met rode broek en shirt. “Hierin heb ik vandaag gewonnen, dus het brengt jullie vast ook geluk!” Voor we hem kunnen bedanken is hij al de trein uit gerend. Het centraal station, Surabaya Kota, ligt iets verderop.

In daglicht wordt pas duidelijk dat de stad bomvol staat met enorme warenhuizen. Met een beetje geluk een verdieping of acht, en het liefst vier naast elkaar. Restaurants en winkels zijn amper op straat te vinden, alles zit veilig in de airco van de warenhuizen. Marmeren vloeren waar je bijna over uitglijd, kippenvel van de kou als je er te lang stilstaat voor een indrukwekkende etalage. Dat is luxe Surabaya.

Hoewel er flink op los getimmerd wordt, staan je om een willekeurige straathoek toch nog bij een eetstalletje of koloniaal gebouw. Net buiten de stad worden alle mogelijke diersoorten tentoongesteld in de grootste dierentuin van Zuidoost Azië, Kebun Binatang Surabaya. Dat is weer gewoon Surabaya.

Slalommen om de vulkanen
Het laatste kwart van de reis, naar eindstation Banyuwangi, is alles behalve een snelle, efficiënte verbinding. De vierhonderd kilometer slurpen een dikke acht uur, want de reis is één grote slalom om talloze prachtige vulkanen heen. We nemen de ochtendtrein die rond het eind van de middag aan zal komen in de haven van Banyuwangi - de toegangspoort voor tropische eilanden als Bali, Lombok en Flores.

Het eerste deel van de reis door de vlaktes gaat de trein redelijk snel, maar dat verandert al snel als het iets heuvelachtiger wordt. Het wordt echt mooi bij Probolingo, vanaf hier zijn enorme vulkanen te zien. Niet voor niets is dit hét station om uit te stappen voor een tocht naar de nabijgelegen Bromo berg. Gunung Bromo, zoals lokale bevolking de berg noemt, is een woeste vulkaan in een maanachtig landschap die vier jaar geleden nog uitbarstte. Een populaire tocht is het meemaken van de zonsopkomst in het Tengger Caldera gebergte.

Terwijl de trein langs de bergen kruipt is te zien dat naast voetballen vliegeren ook erg populair onder kinderen. Onderweg is te zien hoe plastic tasjes zijn omgebouwd tot vliegers. Met een lang touw rennen kinderen door het open veld en talloze vliegers hangen treurig over elektriciteitskabels te wapperen in de wind. Tussen de open velden stromen beekjes waarin men zichzelf en de kleren wast, en die gebruikt wordt als toilet. Vanuit de trein kun je het allemaal zien, een behoorlijk eigenaardig gezicht.

Tot aan de eindbestemming blijft het uitzicht hoofdzakelijk bestaan uit vulkanen, riviertjes, bamboebossen, heldergroene rijstvelden en kleine dorpen. Om vijf uur tuft de dieseltrein het eindstation binnen. Een duizend kilometer lange reis tussen twee metropolen en met en staartje door vulkaanland. Een reis door steden van de toekomst, eeuwenoude monumenten en uitgestrekte rijstvelden en bossen. En met coupés vol met praatgrage locals die je graag in geuren en kleuren vertellen over hun land, leven en dromen.


// Praktische informatie

Treinen in Indonesië
Treinen rijden met weinig of geen vertraging. Er zijn drie klassen; eksekutif, bisnis en ekonomi. Via internet, reisagent of loket zijn de meeste treinreizen vanaf een maand van tevoren te boeken. De laagste klas is niet te reserveren en kan daardoor overvol zijn. In de eksekutif zijn vaak een kussen, kleed en maaltijd inclusief. Zie ook www.seat61.com.

Let op: Kota staat voor centrum of centraal (station), maar in Jakarta vertrekken langeafstandstreinen juist niet van dat station, maar van station Gambir.

Hoe kom je op Java?
Hoofdstad Jakarta is met talloze maatschappijen te bereiken vanaf Amsterdam. Met twee overstappen is Lufthansa veruit het voordeligst: 780 euro retour (all-in). KLM vliegt direct voor 1020 euro retour (all-in).

Beste reistijd
Indonesië heeft een droog en nat seizoen, wat erg relatief is. Het is er altijd warm, maar in sommige perioden regent het net vaker. Tussen april en oktober is op veel plekken het droge seizoen.

Visum en vaccinaties
Een maandvisum is te koop bij aankomst, welke ongeveer 20 euro kost. Indonesië is een enorm land, gezondheidsadvies is daarom afhankelijk van het reisschema. Vaccinaties tegen DTP, Hepatitis A en buistyfus worden vaak aangeraden, al dan niet in combinatie met bescherming tegen malaria.

Reisgidsen
Stapels goede reisgidsen zijn volgeschreven over dit land. Bijvoorbeeld van Trotter Lannoo (€ 16,95 - Nederlandstalig), Lonely Planet (€ 22,95 - Engelstalig) en Globetrotter (€ 13,99 - Engelstalig).